Maandelijks archief: september 2014

De wonderbare spijziging anno 2014

Ze versloeg de strijd in oorlogsgebieden en ontdekte dat de meeste mensen hoe weinig ze ook hadden altijd probeerden hun voedsel met elkaar te delen. Ze leerde de meest verschrikkelijke dingen eten. Toen kreeg ze een relatie en een kind. Ze ging terug naar haar stad San Fransisco. Ze leerde koken. Ze ging werken in verschillende restaurants en leerde een nieuwe waarde van voedsel kennen. Daarna kreeg ze een nieuwe relatie. Zo maar, op een gewone dag, liep ze een kerk binnen. Ze werd uitgenodigd om mee te doen met het avondmaal. Ze at een stukje brood en dronk een slokje wijn. Toen gebeurde er iets met haar. Het was alsof Christus in haar tot leven kwam.

IMG_1201.JPG

Sara Miles, kind van twee atheïstische ouders, kleinkind van zendelingen ontdekt door het eten van brood en drinken van wijn de boodschap van Jezus. Ze verstaat die als ‘voedt mijn wereld’ . De kerk waar ze naartoe gaat is klein, vrolijk en creatief. Ze heeft echter weinig feeling met de wijk waar ze in wonen, waar veel honger, armoede, stammenstrijden, drugs en ellende is. Het is een typische middle-class ons-kent-ons kerk.
Sara is een gepassioneerde ondernemer, binnen mum van tijd wordt de kleine kerk 1 dag per week omgebouwd tot voedselbank. Plotseling komen Russen, Italianen, Chinezen, moeders, kinderen, gangstertieners, daklozen, psychisch verwarde ouderen de kerk in. Dat ene moment waarin Sara een stukje brood en een slokje wijn nam, leidde ertoe dat zo’n 600 mensen iedere week goed en gezond konden eten. Als je Sara’s hele verhaal wilt lezen, lees dan het boek. Het is voor iedere middle-class gelovige boeiend om te lezen en op te reflecteren. Ik eindig deze blog graag met een fragment uit haar boek.

“Een van de vrijwilligsters kwam naar me toe met een grote boodschappentas met daarin zoals ze zei ‘een geheim’. Ze keek telkens behoedzaam om zich heen en vroeg me de keukendeur te sluiten. Toen vertelde ze dat haar vriend, die haar regelmatig in elkaar sloeg aan had gekondigd haar te gaan vermoorden. ‘ Ik dacht, het lijkt me beter als deze verdwijnt en de kerk is vast een veilige plaats ervoor’ zei ze terwijl ze een enorme revolver tevoorschijn haalde. Een moment keek ik haar geschokt aan. Toen realiseerde ik me; ‘ja, hier is de kerk voor. Een plaats om een lelijk, beangstigend geheim naar toe te brengen’. Ik pakte de revolver en verborg hem in een koekblik. De vrijwilligster vertrok naar een andere stad om bij haar zuster te gaan wonen en zo te voorkomen dat haar vriend haar zou vermoorden. Een maand later vertelde ik het aan onze pastoor. Hij schrok zichtbaar. Samen hebben we de revolver naar het politiebureau gebracht. We logen dat we hem gevonden hadden in de tuin van de kerk.”

Advertenties
Getagged , ,

Pijn

Marshall was a small wiry man About my age (47) with deep set eyes and a coat too big for him. ‘Can I talk to you? I need healing’ he said. We walked over to a silent place in the Church. Marshall couldn’t speak for a minute, ten I took his hand and he blurred everything out in a scared rush: he had stomach cancer and the doctors at the hospital had just informed him That he needed an operation within the next few months or he’d die. He was in pain, but mostly he was afraid. From then on we’d sit and talk and pray whenever Marshall stopped by the pantry. Finally the day came when Marhall said he was going in for surgery. He grapped me and started to cry. I remember Every detail of That moment: Marshall’s blue workpants, his funny mustard-colored corduroy coat, the damp warmth of his hands. He laid his head in my lap while I held him, and all thoughts of sickness and operations and cures dissolved. Everything around us slowed and hung there, until there was just God’s breath between us, rising and falling in our chests, not separate at all. It was an experience of grace. .

Soms ontmoet je mensen op een ander niveau dan meestal. Een dieper niveau. Daar waar de pijn en het verlies luidkeels aanwezig is, als een schreeuw, of een container vol tranen, of een diepe angst voor het leven.
Zo’n ontmoeting mocht ik hebben vandaag. En ergens in dat verdriet, de angst en de pijn ontstond verbinding.

Hoe zit het met God? Hoe zit het met geloof als we moeten lijden? Als ons leven ons teistert? Vroegen we aan elkaar. Antwoorden hadden we niet echt op die vraag. Wel vragen, twijfels en uitdagingen.
Zelf moest ik denken aan bovenstaand fragment dat ik in het boek ‘Take this Bread’ van Sara Miles tegenkwam. Sara Miles groeit op als kind van Atheïstistische ouders. Als jonge vrouw werkt ze in oorlogsgebieden als verslaggever en als ze een dochtertje krijgt gaat ze terug naar San Fransisco, waar ze eerder heeft gewoond. Om te kunnen leven gaat ze als kok werken en raakt gefascineerd door voedsel.
Op haar 47e loopt ze op een dag een kerk binnen en wordt uitgenodigd het avondmaal mee te vieren, omdat deze kerk dat standaard aanbiedt aan iedere persoon die binnenkomt. Sara doet mee, eet brood, drinkt wijn en op dat moment gebeurt er iets met haar. Ze beseft, ik neem Jezus tot me als voeding. Hij is in mij aanwezig.
Ze gaat vanaf dat moment naar die kerk en ontdekt dat veel mensen in de kerk geen connectie meer hebben met de mensen erbuiten. Ze leven in een wijk vol armoede. Sara start samen met enkele vrijwilligers een voedselbank in de kerk. Ze ziet dat niet als een sociaal project, maar als kerk zijn. Als een sacrament. Gaandeweg leert ze de mensen en de nood in haar wijk kennen. Ze leert ook dat de meeste mensen het prettig vinden om mee te helpen. De mensen die eerst alleen voedsel kwamen halen, gaan mee helpen. De man in het fragment hierboven is een van de vrijwilligers.
Terwijl de kerk waartoe ze behoort leert om zich te openen voor de wijk, probeert Sara te begrijpen wat geloven inhoudt. Dat is een hele zoektocht. Ook zij zoekt naar hoe lijden, oorlog, armoede en verdriet te plaatsen in het verhaal van God en mensen. In onderstaand fragment vertelt ze wat de ervaring met Marshall voor haar betekende en hoe ze daardoor iets van de opstanding ging begrijpen.

Many fridays later, someone came up to me outside the church and grapped me from behind. I turned around. It was Marshall, and he was radiant . “I died” he shouted. I died twice on the operation table, but I came back each time. You’re not going to believe it, but I’m here!”
I didn’t believe in miracles. And yet I had begun to believe in healing. I saw That you could be changed, opened to experiencing your life differently, made more whole, even as your body was falling apart. That you could be healed from fear by touch, even when you remained sick.
And I begun to believe in resurrection.
I didn’t mean by ressurection , having Marshall stand up alive from the operationtable and walk. Ressurection , to me, was mysterious and true in a way I could only glimp for a second, before my mind refused to stretch that far.
It passed, as the bible said, human understanding.
But I sensed it had to do with time, like the time Marshall lay in my lap and we were both completely present and connected. It was about the eternity available in a fully lived instant. > .

Meer over Sara Miles

Getagged , , , , ,

Zondag van de Vrede?

Vrede. Het woord roept een arsenaal aan herinneringen in me op. De duif die Picasso schilderde, de hand die ik vaak wat onwillig aan mijn zusje gaf als ik ruzie met haar had gemaakt en ‘vrede’ moest zeggen. Er hangt ook een beetje en stoffig jaren 60 geurtje aan van patchouli, een kamer vol groene planten en hippie-jurken. Of in de huidige tijd van mannen en vrouwen met harembroeken en dreadlocks die op pleinen met tentjes kamperen. Vrede heeft iets alternatiefs. Iets idealistisch, iets wat niet is voor de grote massa maar voor de enkelingen die geen reëel wereldbeeld hebben. Dat zijn mijn eerste associaties met het thema.
Mijn tweede associatie is die van mijn eigen ongeloof. Opgegroeid met verhalen van de 2e Wereldoorlog, de koude oorlog in de jaren ’80, de burgeroorlogen overal ter wereld en de huidige terreuracties van IS maakt dat ik nou niet bepaald veel vertrouwen in de wereld heb als het om een begrip als vrede gaat. Een maand geleden zei Mpo Tutu (dochter van) nog dat de mensheid nog steeds in de veronderstelling is dat we met een bom vrede kunnen afdwingen. Dit is blijkbaar een diep gewortelde overtuiging van velen van ons.

Terug naar de enkeling. 2000 jaar geleden stuurde Jezus zijn volgelingen (zijn studenten) op pad met de woorden: ‘ ik wens jullie vrede!’ En de studenten gingen op pad om vrede te brengen.

Ik zit tegen de verwarming in de kleine kapel in het voormalig klooster waar we twee-wekelijks bij elkaar komen. Naast mij maken gewone mensen zonder patchouli en dreadlocks kaarten om naar mensen te sturen die vervolgd worden om hun overtuigingen.
Ik vang flarden op van het gesprek van een ander groepje mensen naar aanleiding van het TED.filmpje van Zak Ibrahim ’ I am the Son of a terrorist, Here’s how I chose peace.’ Die we net hebben gezien.

‘Charissa, mogen wij de kaarsen aansteken?’ Mattis en Jonathan, twee kleine jongens ontdekken dat we dat zijn vergeten. Ik laat ze alle kaarsen aansteken. De jongens helpen me om het thema wereldvrede los te laten en brengen me bij de kleine verhalen.

Zowel het verhaal van Zak Ibrahim als de eenvoudige handelingen van Mattis en Jonathan komen bij me binnen. Het schrijnende en tegelijk hoopvolle verhaal van Zak Ibrahim die opgroeide als zoon van een extremist, en het simpele blijven aansteken van kaarsen door kleine kinderen.

‘Ik wens jullie vrede’ wordt dan confronterend. Niet de wereld, niet de alto’s en niet de hippies moeten iets met vrede. Maar ikzelf als eerste. Ik voel angst. Hoe breng ik vrede waar geen vrede is? Hoe moet ik in vredesnaam me verhouden tot geweld om me heen? Ik loop risico’s. Ik loop het risico om mijn eigen eer, mijn eigen vrijheid en mijn eigen leven te verliezen.
Tegelijk weet ik dat ik niet in mijn eentje vrede hoef te brengen. Ik heb mensen om me heen die dat ook doen. Dus ik hou ze goed vast, die handen van mijn Blossom-maatjes, van de mensen die ik hierin vertrouw en ga dan maar, me vasthoudend aan de wetenschap dat degene wiens student ook ik ben, me vrede toewenst op de weg die ik ga.

Zak Ebrahim: zoon van een terrorist over vrede!

De tandartsenreeks!

Een paar jaar geleden begon het. Na vijftien gelukkige jaren vertrok zij uit mijn leven. Ze had me niets verteld. Ze vertrok en verdween naar een voor mij onbekende bestemming. Ik bleef angstig en onzeker achter omdat de meest ideale relatie die ik had met een tandarts plotseling werd afgebroken. In plaats van het vertrouwde ‘hoi, hoe is het gegaan?’ stond er een zwartharige bebaarde man voor mijn neus.

Hij lachte heel vriendelijk, maar ik keek hem wantrouwig aan. Ten eerste was hij een man. Ten tweede sprak hij geen Nederlands en ten derde was ik geschokt omdat de vrouw bij wie ik innig tevreden in de stoel had gezeten plotseling was verdwenen. De man grapte met zijn assistentes en sprak vriendelijk in het Engels tegen mij, maar ik moest het nog zien of ie mijn liefde wel waard was.
‘I’ve got to repair your molar..’ zei hij. ‘Je kies achter in je mond’ vertaalde de assistente snel. Ja, ja, dacht ik.. hoe weet ik eigenlijk of ik deze tandarts kan vertrouwen? En toen hij mij ook nog eens een keer uitlachte omdat ik een verdoving wilde hebben bij het vullen was mijn liefde helemaal niet meer op te wekken. Toen er tussen de controles door een keer een stukje van een kies afbrak ‘Reparierde’ zijn Hongaarse collega hem omdat mijn eigen tandarts op vakantie was.
Anderhalf jaar, twee kronen en een wortelkanaalbehandeling door een Duitse collega verder was mijn donkerharige tandarts verdwenen naar een ‘eigen praktijk’. En zijn Hongaarse collega was ook verdwenen.
Voor mijn ogen stond weer een vrouw. Een jonge Nederlandse. “Zou ze het al kunnen?’ dacht ik.
Blijk baar niet want een half jaar later was ook zij verdwenen en zat er een Iraanse vrouwelijke tandarts op me te wachten die mij wederom vriendelijk aankeek terwijl zij vroeg ‘En? Oe ies et gegan?’ Dat was het moment dat ik besloot dat ik genoeg had van mijn serieel monogame tandartsleven. Zij zou blijven besloot ik.
Maar toen ik een maand geleden een uitnodiging kreeg voor controle stond daar weer een andere naam op het papiertje. Ik uitte mijn onvrede tegen de tandartsassistente. Zij gaf me groot gelijk en zei dat het van nu af aan voorbij zou zijn. Deze nieuwe tandarts bleef.
Vandaag ontmoette ik hem. Hij had bruin haar, een baardje en sprak met een accent Nederlands. ‘Iek kom uut Zweden’ zei hij. ‘Iek eb kehoord dat jij niet blij was met telkens nieuwe tandarts. Dat ies nu vorbij. Iek blijf!’ We zullen het zien. Gelukkig heb ik naast de reeks tandartsen wel al jarenlang dezelfde mondhygieniste.

Getagged , ,

Dumas: The Image as Burden.

Marlene Dumas is een kunstenares die ik niet kan weerstaan en dus wordt mijn plan om ‘binnenkort eens in het vernieuwde stedelijk te gaan kijken’ omgezet in daadwerkelijke actie. Ik reis met de trein naar Amsterdam en toon triomfantelijk mijn pas gekregen museumjaarkaart aan de balie waardoor ik helemaal gratis de schoonheden van Marlene Dumas kan gaan aanschouwen.

Ik begin met het kijken naar een interview waarin ik iets van haar visie op kunst zie. “Mensen kijken liever naar beelden dan naar schilderijen. Ik heb het beeld (de foto die als bron wordt gebruikt) waarmee ik begin en het (geschilderde) beeld waar ik bij uitkom.” zegt Marlene. Later als ik haar schilderijen bekijk snap ik steeds beter wat ze daar mee bedoelt. Ze geeft commentaar. Soms is het een soort verwonderd commentaar op afstand, soms zit het vol smart en drama. Ze zet als het ware de tijd een moment stil en vraagt de kijker om wat er gebeurt nog een keer langzaam tot zich door te laten dringen.

Haar werk heeft iets paradoxaals en juist dat maakt het zo moeilijk voor mij om haar te weerstaan. Ze neemt me mee in haar werk. Het slokt me op zoals ook een goed boek me opslokt. Ik wil de beelden hebben, stuk voor stuk. Van het hilarische schilderijtje ‘Magnetic Fields’ , dat bestaat uit de krullende haren op een vagina, de grappige ‘Drunken mermaid’ (echt heel hard gelachen toen ik die zag) tot het tragische ‘ The blind folded Man’ , ‘ en het imposante beeld van haar ‘ouma Martha,’ haar oma, waarvan ze overtuigd is dat als God een uiterlijk zou hebben, dat dan het uiterlijk van haar oma moet zijn. Dumas leeft en laat zich raken door het leven. Ze toont onze lusten en lasten, ons lijden en louteren, ons begrijpen en niet begrijpen. Ze trekt zich niets aan van chronologie omdat zoals ze zelf zegt, vele dingen altijd weer terug komen. Ze daagt jonge kunstenaars uit om hun eigen weg te gaan en niet teveel te luisteren naar hun leraren, maar toch ook weer wel!

Na een uurtje te hebben rondgedwaald langs alle schilderijen, verlaat ik met enige tegenzin de expositie en loop naar de winkel om de catalogus te kopen zodat ik alles thuis nog een keer kan zien en er wat meer over kan lezen.

Ik groet de beveiligers als ik het museum verlaat. “Morgen kom ik weer!” zeg ik en loop naar buiten.

Link naar de tentoonstelling.

IMG_1175.JPG

Getagged , ,

Boyhood

“Dat de hele wereld ouder wordt merk je vooral als hij een close-up wijdt aan het computerspelletje in Masons handen, of de camera laat glijden langs een bolle, doorzichtige iMac. Dat zijn dus geen vintage decorstukken, maar apparaten die modern waren toen de film werd opgenomen (…). En ook dat is de magnifieke schoonheid van Boyhood: iedereen vindt er zijn eigen, voorbije tijd in terug. ” (Volkskrant)trailer

Ik vond dit een treffende zin over de film Boyhood, die draait in het LHC in Utrecht. De tijd glijdt voorbij terwijl een moeder, een vader, hun twee kinderen Mason en Samantha en de mensen er om heen ouder worden. Regisseur Richard Linklater begon in 2002 te filmen. Vier dagen per jaar filmde hij dezelfde cast twaalf jaar lang. De film had een soort rustige cadans en bewoog zich langzaam voort terwijl ik verwonderd naar de ouder wordende cast en de veranderende wereld om hen heen zat te kijken.

Telkens waren er momentopnames die me raakten. Zoals de scene waarin de moeder besluit uit haar tweede huwelijk te stappen omdat haar man steeds meer gaat drinken en gewelddadig wordt. Ze haalt haar kinderen samen met een vriendin uit het huis, maar laat haar stiefkinderen achter.

Samantha stelt haar moeder de terechte vraag waarom ze hen niet meenam. Haar moeder antwoordt dat ze alles en iedereen heeft gebeld; de politie en de kinderbescherming, maar dat ze omdat ze geen wettige voogd is van haar stiefkinderen, ze niet mee mag nemen. Samantha vraagt zich daarop af of ze haar stiefzus en broer nog ooit weer terug zal zien.

Of het moment dat Mason jarig is komt hij erachter dat zijn vader, die inmiddels hertrouwd is, de prachtige auto heeft verkocht die hij hem als kind beloofd had. Daarentegen krijgt hij van zijn nieuwbakken stiefgrootouders een ‘redletter-bible’ waarin alle uitspraken van Jezus rood zijn en een geweer en maakt hij voor het eerst van zijn leven een kerkdienst mee. Samantha en Mason, die niet religieus zijn opgevoed maken zich vervolgens zorgen over hoeveel kans er is dat hun vader zich ook bezig gaat houden met geloofsdingen.

Ik merk dat in mij steeds deze vraag zich aan mij opdringt. Wat leren deze kinderen over het leven?

De regisseur laat zien welke veerkracht kinderen hebben. Mason en Samantha kunnen het aan om in de wirwar van de relaties van hun ouders te leven. Ze passen zich telkens weer aan.
De vele verhuizingen, de verschillende partners van hun ouders leren hen dat mensen niet volmaakt zijn. Ze leren ook om te wantrouwen; dat wat eerst leuk lijkt te zijn, kan bedreigend worden. Ze leren dat het leven grillig en oneerlijk kan zijn, maar dat het toch verder gaat.
Ergens is de sfeer wat ‘gelaten’. Alsof de regisseur door Samantha en Mason zegt: Het is nou eenmaal zoals het is.

De tijd gaat voorbij en jij kunt niet anders dan je daaraan aanpassen.

De regisseur lijkt dat idee tegelijkertijd in twijfel te trekken. Tegen het einde van de film vertrekt Mason naar de universiteit. Samen met drie andere studenten gaat hij er op uit om de zonsondergang in de bergen te zien.
Het laatste shot van de film toont wat iedereen hem heeft vertelt toen hij enorm verdrietig was over het verlies van zijn middelbare school vriendin…. ‘Er staan hordes nieuwe vrouwelijke studenten op je te wachten’ . Mason zit samen met zo’n studente op een steen naar de zonsondergang te kijken. Zij zegt de volgende zin: ” Een moment als dit moet je pakken, zeggen veel mensen, maar ik geloof dat het andersom is: De momenten pakken ons.” Mason beaamt dit met een mompelend zinnetje over dat nu een moment is..

Maar wat ik nu zo grappig vind aan die zin, is dat Mason voordat hij ging wandelen een stuk spacecake heeft gekregen, wat volgens de studente precies als ze bij de zonsondergang zouden zijn, zou werken. En dat klopt.
Op het moment dat Mason zijn eindzin zegt, is hij hartstikke stoned. Het laatste wat ik zag was de enigszins ongelovige lach van het meisje op zijn gemompel over nu en het moment. Hoe het nou echt zit, blijft dus een raadsel. En daarmee doet de regisseur recht aan Mason en zijn generatie die zelf zal gaan bepalen hoe zij in de tijd staan, gedeeltelijk bepaald door eerdere generatie en gedeeltelijk zoals zij zelf kiezen.

Getagged , , , ,

Het is mooi maar probeer dat maar eens uit te leggen!

Een blog over de begrippen ‘schoonheid’ en ‘zijn’ door ervaringen met water, mandarijneschillen en stuifmeel.

Tijdens mijn vakantie in Noord-West Spanje kreeg ik dagelijks een portie schoonheid. Azur-blauwe zeeën, rivieren en watervallen dartelden om me heen en vierden het feest van het lustige leven. Ikzelf daarentegen zwoegde klimmend terwijl het zweet uit mijn oksels klotste, over rotsblokken om dit feest te kunnen zien. Soms had ik de indruk dat het water mij uitlachte. Er was geen grotere tegenstelling op dat moment dan het gemak waarmee zij stroomde ten opzichte van mijn zwetende en zwoegende lijf met daarop een rood opgezet hoofd. Maar ik genoot met volle teugen.
Thuisgekomen vroegen vrienden hoe de vakantie was geweest. “Mooi,” zei ik en zweeg vervolgens. Wat moest ik vertellen? Wat ik had ervaren was niet uit te leggen. Ik zou alleen maar teleurgesteld raken door de ietwat glazige vriendelijke blik van mijn vrienden die me probeerden te begrijpen als ik vertelde hoe bijzonder dat groene boompje, die gier hoog in de lucht en dat azuurblauwe watervalletje was.

Wat valt er te vertellen over het begrip ‘schoonheid’? Als ik in vervoering raak van iets, is het maar de vraag of iemand anders het ook zo ervaart. Schoonheid heeft te maken met een gevoel van ‘zijn’.
Onder de indruk ‘zijn’.
Overweldigd ‘zijn’.
Bevredigd ‘zijn’.
Het ‘zijn’ is een mysterie voor mij. Ik kan het niet uitleggen, ik kan het alleen ervaren. Zo zat ik gisteren bij een theatervoorstelling in het Amsterdamse bos. ‘Was het mooi?’ Zullen mensen vragen dit weekend. En ik zal antwoorden: “Ja, het was mooi.” en vervolgens zwijgen.
We zaten samen namelijk met alle bezoekers op de tribune van het openluchttheater te wachten tot het spektakel begon. Vlak voor de voorstelling kregen we plotseling regenponcho’s uitgereikt. Verbaasd keek ik naar de lucht. Die zag er inderdaad dreigend uit. Vijf minuten later viel de regen met bakken uit de hemel en keken we naar acteurs die op stilettohakken op een spiegelglad podium hun professionaliteit wisten te bewaren. Tussen het podium en mijzelf keek ik naar honderden blauwe poncho’s. De vrouw voor me meldde dat haar poncho lek was, mijn vriendin worstelde zich in een paar extra truien, mijn man fluisterde dat de regen de zijkant van zijn broek bereikt had en de vriend naast hem keek gebiologeerd door zijn beslagen bril naar het podium. De voorstelling stopte halverwege, dus het einde hebben we niet gezien. Alles bij elkaar een boel gedoe. Maar het was de schoonheid van het ‘zijn’ waardoor ik de avond niet had willen missen.

Alleen, hoe leg je dat uit?

Ik bezocht de tentoonstelling ‘Vensters’ in Kunsthal Kade in Amersfoort. Ik zag een paar prachtige kunstwerken. Zo lag er een tafel vol fantasie-amfibieën van meloen en mandarijnenschillen gemaakt door de kunstenaar Couzijn van Leeuwen.
Maar er waren ook werken die me minder aanspraken. In een van de ruimtes zag ik een groot geel vlak van een soort van zand op de grond liggen. Ik keek er een seconde naar en liep door. Een paar minuten later kwam ik erachter dat dat gele vlak helemaal bestond uit stuifmeel. In een van de kabinetten draaide namelijk een documentaire over de maker van het stuifmeelkunstwerk, Wolfgang Laib. Hij vertelde dat hij voor een kunstwerk een jaar lang, iedere dag stuifmeel verzamelt. ” De essentie van het leven zit in het ‘aandachtig doen’ en het ‘zijn’. ” zei hij.
Ik liep terug naar het gele vlak om er nog eens naar te kijken en er een foto van te maken. Ik vond het nog steeds saai, ook al wist ik nu dat het uit stuifmeel bestond en dat wel heel bijzonder vond. Het was ook mooi geel. Maar de schoonheid die mijn mede museumbezoekers er in zagen, zag ik niet. Helaas.
Langzaam maar zeker werd ik mij bewust dat het nog een hele klus zou worden om te bloggen over schoonheid. Want wat ik echt mooi vind, of als schoonheid ervaar, is moeilijk te beschrijven. Toen ik me om wilde draaien om het gele vlak achter me te laten zag ik plotseling een klein spoortje door het gele vlak lopen. ‘Er is een vlieg doorheen gekropen’ zei de host die mijn blik volgde.
Kijk, dat vind ik nou mooi!

Charissa Bakema

De site van het museum: http://www.kunsthalkade.nl/

Mijn sites:
http://www.broedgebied.nl/
https://zomoethetzijn.wordpress.com/

Met Sinead O’Connor naar de kerk?

Ik sta op een groot veld, achteraan op een heuveltje. Voor mij staat een man met een hoed op en als hij naar links buigt om iets tegen zijn buurvrouw te zeggen, beneemt hij mij het zicht op de kleine vrouw die op het podium staat. Een kleine vrouw met een groot kaliber. Een heldin uit mijn verleden. Ze begon haar carrière in de kroeg met het zingen van mooie liedjes. En als mensen niet naar haar luisterden begon ze te schreeuwen. Een gulzige vrouw die gehoord wilde worden.
Inmiddels luisteren de mensen naar haar. Soms vol woede en ongeloof, soms met respect en bewondering. Ze kan haar punt maken. Ze is een vrouw die hartstochtelijk leeft. Ze raakt me met haar verschijning en teksten. (en uiteraard met haar fantastische ogen!) Haar nieuwe nummer ‘Take me to church’ schalt nu door mijn woonkamer. Het klinkt als een moderne biecht. Ze heeft het gehad met alles wat ze deed. Ze is het spuugzat.

I don’t wanna love the way I loved before
I don’t want to love that way no more
What have I been writing love songs for?
I don’t wanna write them anymore
I don’t wanna sing from where I sang before
I don’t wanna sing that way no more
What have I been singing love songs for?
I don’t wanna sing them anymore
I don’t wanna be that girl no more…”

Dus naar de kerk. Maar niet naar de kerk die pijn doet.
..
“…Oh, take me to church
I’ve done so many bad things it hurts
Yeah, take me to church
But not the ones that hurt
‘Cause that ain’t the truth
And that’s not what it’s for..”

Blijkbaar denkt ze bij het woord kerk aan pijn. Volgens mij heeft ze het niet over de pijn die bij het onder ogen komen van jezelf hoort, maar over het oordeel dat soms zo lukraak over een mens wordt uitgesproken door kerkregels, kerkleer, kerkmensen. Toch wil ze naar de kerk. Ze wil iets met God en bij God hoort het ‘ je eigenwijze kop buigen en erkennen dat je fouten maakt, rouwen, verliezen en opnieuw beginnen. Verder met je leven op een andere manier dan daarvoor’.

“…I’m gonna sing. Songs of loving and forgiving
Songs of eating and of drinking
Songs of living. Songs of calling in the night
The songs of light, a bolt of light
And, love’s the only love you should advise
Songs of long and spiteful fails
Songs that won’t let you sit still
Songs that’ll mend your broken bones
And don’t leave you alone
So get me down from this here tree
Take the rope from off of me
Sit me on the floor
“I AM”; the only one I should adore.”

De kerk waar Sinead O’Connor over zingt is een plek waar God mensen omhelst, aanraakt in hun pijn en weer terug zet op eigen benen om verder te gaan. Het lijkt me een prachtige plek.

Charisssa Bakema

Video: take me to church

Getagged ,