2014 herzien

De statistieken hulpaapjes van WordPress.com heeft een 2014 jaarlijks rapport voor deze blog voorbereid.

Hier is een fragment:

In een New York City metro-trein passen 1.200 mensen. Deze blog werd in 2014 ongeveer 6.900 keer bekeken. Als je blog een NYC metro-trein zou zijn, zou die ongeveer 6 reizen nodig hebben voordat die zoveel mensen zou kunnen vervoeren.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Het raadsel van de naastenliefde

In het Catharijneconvent in Utrecht is op dit moment de tentoonstelling: ‘Ik geef om jou!’ De titel van de tentoonstelling doet iets met me. En niet iets positiefs. Ik word bij het denken aan de titel al moe en voel een zekere verplichting en schuld. Daarnaast ben ik bang dat de tentoonstelling saai is. Deze gevoelens verbazen me omdat ik notabene mensen opleid die zoveel om andere mensen geven dat ze hun beroep er van maken. De beste weg om uit te zoeken wat mijn weerstand precies inhoudt, is de tentoonstelling bezoeken. Museum jaarkaart dus in de tas en op stap!

De eerste woorden die mij opvallen zijn: “…Een van de vroegst bekende bronnen over naastenliefde is het Egyptische dodenboek (1500 v.C) . De dode moest zich tegenover een godenrechtbank verantwoorden voor zijn leven.

‘Gegroet, ik heb geen onderscheid gemaakt tussen anderen en mijzelf. Ik heb god tevreden gesteld met waar hij van houdt. Ik heb brood gegeven aan de hongerige, water aan de dorstige, kleren aan de naakte en een boot gegeven aan wie er geen had.’ “

De tekst komt me merkwaardig bekend voor. In de inleidende tekst staat verder dat vele tradities en godsdiensten oproepen tot naastenliefde zoals Jodendom, Christendom, Islam, Boeddhisme en Hindoeïsme. Compassie is daarbij een kernbegrip. Het gaat om het vermogen om zich in de pijn van de ander te verplaatsen en andermans pijn te ervaren als die van jezelf.
Ik dwaal verder en zie telkens dezelfde taferelen. Blinden, armen, ouderen, zieken staan op ieder schilderij dat ik zie. Daarbij staan dan allerlei varianten van redders. Vrouwe Caritas, dokters, priesters, Jezus. Ik identificeer me terwijl ik kijk telkens met de redder en dan is er ook direct weer die vermoeidheid en dat gevoel van verplichting.
Een klein stemmetje in mij roept ‘jij bent soms ook blind en verliest mensen om je heen, bent ziek en wordt oud’. Maar ik duw de gedachte weg en loop door terwijl ik nadenk over het nut en het nodig zijn van naastenliefde. We leven inmiddels immers niet meer in een tijd dat we bang zijn voor ‘het oordeel Gods’ over onze daden. Het nut van naastenliefde zou dus kunnen werken als een soort bank van de wederdienst. Ik doe iets goeds voor anderen, in de hoop dat ze dat ook voor mij zullen doen, mocht ik het ooit nodig hebben.

Ik sta plotseling stil voor een mistig schilderij. Weer zie ik Jezus en om hem heen, op enige afstand staan een gewonde soldaat, een waanzinnige, een gevangene, een moeder met een dood kind en een weduwe (Christus en de behoeftigen, Carel Frans Philippeau, 1889). Vertrouwd beeld dus. Maar wat me intrigeert is de mist op het schilderij. De omgeving rond de mensen op het schilderij is leeg en mistig. Dat maakt dat de bijeenkomst een intieme sfeer krijgt. Alsof er daar in die mistige ruimte plek is voor het lijden. Alsof zowel Jezus als de mensen die naar hem toe gekomen zijn elkaar verstaan. Er is geen redder, er is geen weldoener in het beeld. Er is alleen een groep mensen die elkaar lijkt te verstaan. De mensen staan namelijk niet te juichen omdat Jezus ze net genezen heeft en een gouden toekomst voorspelt waarin er geen lijden meer zal zijn. Het gaat om het vermogen om zich in de pijn van de ander te verplaatsen en andermans pijn te ervaren als die van jezelf. De zin die ik las aan het begin van de tentoonstelling flitst door me heen. Bij naastenliefde gaat het niet om de rollen van redder en slachtoffer, gever en ontvanger, weldoener en behoeftige. Het gaat om het delen van ons lijden. Soms door in te voelen wat een ander doormaakt. Soms doordat we onze eigen zwakheid moeten leren onderkennen om naast iemand te kunnen staan. We kunnen als mensen naast elkaar oplopen en elkaar steun bieden als dat nodig is. Een pak valt van mijn hart. Ik voel me niet langer vermoeid, verplicht en schuldig.

Een vriend zei me ooit dat als hij 1 ding dat hem raakte, tegenkwam op een tentoonstelling, het voldoende was. Voor mij is dat vandaag het schilderij van Carel Frans. Ik bedenk me dat het bij naastenliefde niet zo zeer gaat om de ‘goede daden’ maar om het goede ‘delen’ van onze kwetsbaarheid.

http://www.catharijneconvent.nl

Getagged , , , , ,

T’zijn de groten die star zijn, niet de kleinen!

Oké, ik had de snoepjes al in de AH gezien en ook af en toe nog iets over de zwarte Pietendiscussie opgevangen, maar dat was het dan ook.
Totdat deze week mijn neefje van zeven plotseling in mijn oor een aantal dingen begon te roepen. ‘Weet je Charissa? Er komen dit jaar een paar hele bijzondere Pieten op school. Een gele en een rode en ook nog een gouden!!!’ Twee enthousiaste en onder de indruk zijnde grote blauwe ogen kijken mij aan. ‘Een gouden!’ Hij zegt het nog eens.

Er gebeurt precies wat ik al verwachtte. De kleinen zijn flexibel en zien de bijzonderheid van een verandering, ze kunnen het als een wonder bekijken.

Speciaal voor de groten, dan nog maar eens een goede blog om je te overtuigen dat de stap die gezet gaat worden een goede is:

Piet

Kussens op de Luikse Markt

Luik. Dan denk ik aan twee dingen: wafels en markt! Vandaag is het zondag, dus een perfect moment om de 2km lange Luikse Markt te bezoeken. Waarschijnlijk komen we dan vanzelf zo’n lekker wafelkraampje tegen.
Ik heb gelezen over curiosa, Italiaanse lekkernijen, wijnen en Franse sfeer dus ben vol verwachting. Eenmaal aangekomen in Luik is het even zoeken naar een parkeerplaats, maar daar zijn we goed in en het is prachtig weer om langs de Maas naar de markt te lopen.
Daar aangekomen is het eerste wat me opvalt dat het helemaal geen Franse sfeer is. Veel mensen spreken Frans, maar zien er behoorlijk hetzelfde uit als onze Vlaamse buren, of misschien zelfs mijn Utrechtse. Vervolgens lopen lief en ik 1,5 kilometer langs lelijke kleding en tassenkraampjes en om de paar meter een kraam met orthopedische kussens die van 49,50 afgeprijsd zijn tot 10,- euro. Aan het einde van de markt zien we plotseling nog een kraam met Italiaanse worsten en wijnen, maar tegen die tijd zijn we al zo murw dat we geen zin meer hebben. Ook de Luikse wafels ontbreken. Daarentegen kunnen de bezoekers van de markt wel overal Vietnamese hapjes kopen en is ook de Duitse Hot dog zeer in trek bij de Luikse bevolking. We besluiten terug te lopen en onze aandacht verschuift naar de mensen. Aangeklede hondjes, mannen met tasjes vol fruit, geblondeerde haren, glinsterjasjes en schoenen, oude dametjes die midden op het drukke pad met elkaar bijpraten passeren de revue. En opvallend veel mensen hebben een hoofdkussen gekocht. “Denk je dat het de bedoeling is dat wij ook een hoofdkussen kopen?’ Vraag ik lief. Het voelt een beetje alsof je deze markt niet kan hebben verlaten zonder een hoofdkussen. Lief gooit een opmerking over consumptiegedrag over de muur. Ik begrijp het. Ik wilde tenslotte graag curiosa en een Luikse wafel. Beiden zijn hier niet te vinden. Dan maar naar Maastricht, waar ze tenminste in iedere straat Luikse wafels bakken!

IMG_1305.JPG

IMG_1304.JPG

Getagged , , ,

Streng in de leer, vrij in de vorm.

Al enkele jaren geniet ik van alle goeds dat Blossom030 met zich meebrengt. Ik wandel met mensen met verschillende geloofsachtergronden van Gertrudiskathedraal via de Angelshop naar de Zenboeddhisten in Utrecht. Ik luister naar levensverhalen van mensen in de kroeg en het theater bij ‘soup’n stories’. Ik luister naar lezingen van rabbijnen, hoogleraren en straatpastors tijdens het programma ‘iets bij de koffie’.
Tijdens de twee-wekelijkse vieringen op zondag ontmoet ik mensen die net als ik van betekenis willen zijn voor de wereld waar we in leven. Mensen die met elkaar het leven willen beleven en beschouwen. Blossom030 is er voor mensen die zichzelf niet als het middelpunt van de wereld willen zien. Het initiatief is er om te inspireren, mooie en verdrietige ervaringen te delen, heerlijk te eten en medemenselijkheid te tonen. Het is een vrijplaats in, van en voor verbondenheid.

Afgelopen week stond er in NRC-next een artikel over ‘Be cool! Ga bidden’, waarin de schrijver zich verwondert over het concept van Hillsong. Honderden hippe stedelijke jonge mensen bezoeken de flitsende diensten in discotheek Escape in Amsterdam. Het concept Hillsong heeft een uitstekende marktwerking. Echter, schrijft de journalist, het jasje is hip maar de inhoud is orthodox. Er ligt een sterke nadruk op Heilige Geest en zending. Daar hoort ook bij: geen seks voor het huwelijk, geen abortus, geen euthanasie en over homoseksualiteit wordt geen standpunt ingenomen. Daarnaast is er voor ieder mens een financieel Goddelijk plan en een flinke nadruk op emotie! HIllsong biedt duidelijkheid en richting voor de dolende (hippe) adolescent.

Nu weet ik dat al wat langer, dus dat was niet nieuw, maar tot mijn grote verbazing zag ik plotseling Blossom030 als ‘orthodoxe stadskerk’ ‘streng in de leer en vrij in de vorm’ onder het artikel staan. De haren op mijn arm gingen letterlijk rechtop staan toen ik het las. Het exclusieve buitensluitende christendom stond levensgroot op mijn netvlies geprojecteerd. En een alarm ging met zwaailicht en al af in mijn hoofd.

Laat er een ding helder zijn. Blossom030 is maar in een paar dingen streng;

Het leven draait niet om onszelf.

– We zorgen voor elkaar als dat nodig is en voor de mensen om ons heen als die dat nodig hebben voor zover dat in onze macht ligt.

– We mogen het ten alle tijden oneens zijn met elkaar, dat houdt ons niet tegen elkaar te ontmoeten.

En hoe zit het dan met Jezus? Zullen enkele lezers nu denken aangezien ook die genoemd.stond in de korte omschrijving van Blossom030.

Als er iemand is (geweest) die begreep dat het verhaal van God en mensen een contextueel verhaal is, was het deze Rabbijn van de zondaren. Hij deed niet anders dan mensen er op wijzen dat het in het leven draait om datgene wat we te geven hebben. Om diegenen die we liefhebben. Om dat wat we kunnen vergeven. En om de zorg voor wie het alleen niet redt. (En zijn wij dat niet allemaal?)

Net zoals bij Hillsong zullen er bij Blossom030 voor het huwelijk seksende, aborterende, euthanie-voorstanders meedoen. En ook mensen die liegen, stelen, ego-centrisch, arrogant , hard en rijk zijn, zullen bij beide kerken aanwezig zijn.
Om de doodeenvoudige reden dat we allemaal mensen zijn die misbruik maken van elkaar af en toe of heel vaak. (Vul maar in hoe je dit bij jezelf ziet).
Het gaat er naar mijn idee niet om wat mensen fout doen of waar we niet aan voldoen. Het gaat er om dat we ons leven willen delen, vergeven wie ons kwaad doet, vergeving vragen aan wie wij kwaad doen en zorgen voor wie het alleen niet redt. Ieder vanuit zijn eigen talenten en mogelijkheden. En dat is een behoorlijk staaltje van levenskunst. Maar al te vaak falen we daarin. Ik in ieder geval wel. En ook hier ligt een link naar Jezus, maar dat kunnen theologen een stuk beter uitleggen vrees ik. Het heeft iets te maken met het willen ‘sterven’ zodat de anderen kunnen blijven leven.

Over homoseksualiteit neemt ook blossom030 geen stelling in, net zoals we dat niet doen over heteroseksualiteit. Verder heb ik er weinig over te zeggen.

Dan blijft er nog dat verhaal van het goddelijke financiële plan.. Ik moet eerlijk zeggen dat me dat soms wel aantrekt. God die voorziet in mijn financiën. Al vrees ik, dat ik als Hij dat echt zou doen, van de ene op de andere dag geen huis meer zou hebben omdat Hij inkomen, industrie, voeding, landbouw en handel in een adem wereldwijd gelijk zou trekken zodat alle kinderen naar school konden en er geen slavenarbeid meer zou bestaan. En daarna zou het hele gelazer om macht en gelijke en ongelijke verdeling weer opnieuw beginnen. Ik geloof er dus niet in. Ik vrees dat ik het moet doen met mijn eigen verantwoordelijkheid en levenskracht die helpen om te zien wat er nodig is en daar op in te spelen, mezelf iedere keer uitdagend om mijn grenzen te verleggen.

Dus is Blossom030 streng in de leer? Niet als het om regels gaat, wel als het gaat om wat waardevol is. Niet als het gaat om wat er nou echt gebeurd is en of we het daar allemaal over eens zijn, wel in het doorgaand verbinden met de bijbelse verhalenbibliotheek en met de persoon Jezus.

Blijft als laatste nog over ‘vrij in de vorm’. Ook dit is heel relatief. De meeste vormen bestaan al lang en daar surfen we vrolijk op mee. Misschien qua kerk een beetje bijzonder, maar uiteindelijk valt ook dat wel mee.

Om weer bij het begin te eindigen, ik ben niet dankbaar voor Blossom030 om de leer of de vorm, maar om alle bijzonder gewone ontmoetingen die ik met mensen heb mogen hebben sinds het initiatief gestart is. Om de hindoeïste die vertelde dat ik gewoon nog wat ouder moest worden om beter te leren vergeven. Om het meisje dat nadat ze mijn ‘story’ gehoord had, ook een verhaal ging vertellen. Om de jonge lerares die vertelde dat ze iedere les een kaars aanstak en daarmee bereikte dat haar vmbo-leerlingen ook kwetsbaar mochten zijn. Om de 7-jarige jongen die tijdens iedere viering wilde bidden voor zijn zieke vriendinnetje. Om de man die het kyrie vormgaf met mitrailleurgeluiden. Om de oude vrouwen die de liefde voor muziek aan me doorgaven. En die dag in dag uit blijven opkomen voor mensen die onrecht aangedaan wordt, hier in Nederland maar ook in andere plaatsen van de wereld. Om vrienden die theater maakten met straatkinderen zonder kansen. Om mensen die organisaties aanstuurden die hulp bieden aan wie dat even nodig heeft. Sommige van deze mensen noemden zich christenen, sommigen ietsisten, sommigen atheïsten of nog iets anders. Maar het zijn stuk voor stuk mensen geweest die iets in beweging hebben durven brengen en daarmee zijn ze voor mij onorthodox! Ze zijn niet als de grote massa, maar eigen, creatief en betrokken. Ze zijn ondernemend en open. En ze zijn niet volmaakt en ze kunnen dat ook toegeven. Ze weten dat ze anderen nodig hebben om te kunnen leven. Ze leven!

hier kun je het hele artikel van de nrc-next lezen.

Getagged , , ,

Wonderlijk

Vreemd hoe de dingen kunnen gaan. De afgelopen tijd is op zijn zachtst gezegd wonderlijk te noemen. Lief en ik kregen een aanvraag voor een plaatsing van een pleegkind. De vraag bracht grote twijfels bij ons boven omdat het profiel van het kind op geen enkele wijze leek aan te sluiten bij het plan dat wij in ons hoofd hadden.
Maar na kort beraad besloten we om eerst maar eens uit te zoeken wat de vraag was, met wie we te maken zouden krijgen en daarna opnieuw te beslissen. Dus lief belde onze contactpleegouder en had een bijzonder gesprek. Hij keek me die avond anders aan dan de avond ervoor. Hij drong er op aan dat ik haar ook zou bellen. Dat deed ik de volgende dag en ook ik stond er ‘s avonds anders in dan de dag ervoor.
Ik zag een pad tevoorschijn komen. ‘Misschien was er wel zoiets als co-ouder-pleegzorg’ bedacht ik enthousiast waarop mijn lief mij temperde en zei dat we ze eerst maar eens moesten leren kennen.
De volgende dag ontmoetten we de huidige pleegouders. Het klikte als vanzelf. Het gesprek ging direct over waar het om ging. Geen beleefdheden. Ik voelde me even terug bij mijn vrienden in Zuid-Afrika.
Toen sprak een van de ouders plotseling over ‘it takes a village to raise a child’ en liet het woord co-ouderschap vallen. Mijn lief en ik keken elkaar verrast aan. Toen ik wat later de tekst van het lied ‘zing, vecht, huil, bid, lach en bewonder’ van Ramses Shaffy naar een van hen had gestuurd, bleek dat dat precies het lievelingsliedje van het kind te zijn…

Zo’n twintig jaar geleden had ik het zeker geweten. Dit is ‘leiding’. Er is een God en Hij helpt wie de kwetsbaren te hulp schiet. Hij wijst de weg. Ik weet niet of ik dat nu nog durf te geloven. Mede om al het lijden dat ik heb gezien waar Hij niet te hulp schoot. Maar bijzonder is het wel. Heel bijzonder.
Mijn oude moslimbuurvrouw die geen enkele last had van intellectuele bagage zou gezegd hebben. ‘Allah ziet wie goed is en zegent dat’. Mijn oude buurvrouw Hans zou gezegd hebben dat wie goed doet, goed ontmoet.
Samen met mijn lief loop ik nu een spannend pad op, waarover we geen enkele zekerheid hebben. We weten niet hoe dit pad zal gaan lopen, maar we weten dat er een groep mensen om ons heen staat die ons zal steunen. En we leven op een manier waar we in geloven. We lopen op de weg van betrokkenheid en verantwoordelijkheid.
We hebben twee wonderlijke weken achter de rug met bijzondere ontmoetingen. Twee weken vol zegeningen van ieder mens(je) dat we daarin ontmoetten. Wonderlijk.

Getagged , , ,

De wonderbare spijziging anno 2014

Ze versloeg de strijd in oorlogsgebieden en ontdekte dat de meeste mensen hoe weinig ze ook hadden altijd probeerden hun voedsel met elkaar te delen. Ze leerde de meest verschrikkelijke dingen eten. Toen kreeg ze een relatie en een kind. Ze ging terug naar haar stad San Fransisco. Ze leerde koken. Ze ging werken in verschillende restaurants en leerde een nieuwe waarde van voedsel kennen. Daarna kreeg ze een nieuwe relatie. Zo maar, op een gewone dag, liep ze een kerk binnen. Ze werd uitgenodigd om mee te doen met het avondmaal. Ze at een stukje brood en dronk een slokje wijn. Toen gebeurde er iets met haar. Het was alsof Christus in haar tot leven kwam.

IMG_1201.JPG

Sara Miles, kind van twee atheïstische ouders, kleinkind van zendelingen ontdekt door het eten van brood en drinken van wijn de boodschap van Jezus. Ze verstaat die als ‘voedt mijn wereld’ . De kerk waar ze naartoe gaat is klein, vrolijk en creatief. Ze heeft echter weinig feeling met de wijk waar ze in wonen, waar veel honger, armoede, stammenstrijden, drugs en ellende is. Het is een typische middle-class ons-kent-ons kerk.
Sara is een gepassioneerde ondernemer, binnen mum van tijd wordt de kleine kerk 1 dag per week omgebouwd tot voedselbank. Plotseling komen Russen, Italianen, Chinezen, moeders, kinderen, gangstertieners, daklozen, psychisch verwarde ouderen de kerk in. Dat ene moment waarin Sara een stukje brood en een slokje wijn nam, leidde ertoe dat zo’n 600 mensen iedere week goed en gezond konden eten. Als je Sara’s hele verhaal wilt lezen, lees dan het boek. Het is voor iedere middle-class gelovige boeiend om te lezen en op te reflecteren. Ik eindig deze blog graag met een fragment uit haar boek.

“Een van de vrijwilligsters kwam naar me toe met een grote boodschappentas met daarin zoals ze zei ‘een geheim’. Ze keek telkens behoedzaam om zich heen en vroeg me de keukendeur te sluiten. Toen vertelde ze dat haar vriend, die haar regelmatig in elkaar sloeg aan had gekondigd haar te gaan vermoorden. ‘ Ik dacht, het lijkt me beter als deze verdwijnt en de kerk is vast een veilige plaats ervoor’ zei ze terwijl ze een enorme revolver tevoorschijn haalde. Een moment keek ik haar geschokt aan. Toen realiseerde ik me; ‘ja, hier is de kerk voor. Een plaats om een lelijk, beangstigend geheim naar toe te brengen’. Ik pakte de revolver en verborg hem in een koekblik. De vrijwilligster vertrok naar een andere stad om bij haar zuster te gaan wonen en zo te voorkomen dat haar vriend haar zou vermoorden. Een maand later vertelde ik het aan onze pastoor. Hij schrok zichtbaar. Samen hebben we de revolver naar het politiebureau gebracht. We logen dat we hem gevonden hadden in de tuin van de kerk.”

Getagged , ,

Pijn

Marshall was a small wiry man About my age (47) with deep set eyes and a coat too big for him. ‘Can I talk to you? I need healing’ he said. We walked over to a silent place in the Church. Marshall couldn’t speak for a minute, ten I took his hand and he blurred everything out in a scared rush: he had stomach cancer and the doctors at the hospital had just informed him That he needed an operation within the next few months or he’d die. He was in pain, but mostly he was afraid. From then on we’d sit and talk and pray whenever Marshall stopped by the pantry. Finally the day came when Marhall said he was going in for surgery. He grapped me and started to cry. I remember Every detail of That moment: Marshall’s blue workpants, his funny mustard-colored corduroy coat, the damp warmth of his hands. He laid his head in my lap while I held him, and all thoughts of sickness and operations and cures dissolved. Everything around us slowed and hung there, until there was just God’s breath between us, rising and falling in our chests, not separate at all. It was an experience of grace. .

Soms ontmoet je mensen op een ander niveau dan meestal. Een dieper niveau. Daar waar de pijn en het verlies luidkeels aanwezig is, als een schreeuw, of een container vol tranen, of een diepe angst voor het leven.
Zo’n ontmoeting mocht ik hebben vandaag. En ergens in dat verdriet, de angst en de pijn ontstond verbinding.

Hoe zit het met God? Hoe zit het met geloof als we moeten lijden? Als ons leven ons teistert? Vroegen we aan elkaar. Antwoorden hadden we niet echt op die vraag. Wel vragen, twijfels en uitdagingen.
Zelf moest ik denken aan bovenstaand fragment dat ik in het boek ‘Take this Bread’ van Sara Miles tegenkwam. Sara Miles groeit op als kind van Atheïstistische ouders. Als jonge vrouw werkt ze in oorlogsgebieden als verslaggever en als ze een dochtertje krijgt gaat ze terug naar San Fransisco, waar ze eerder heeft gewoond. Om te kunnen leven gaat ze als kok werken en raakt gefascineerd door voedsel.
Op haar 47e loopt ze op een dag een kerk binnen en wordt uitgenodigd het avondmaal mee te vieren, omdat deze kerk dat standaard aanbiedt aan iedere persoon die binnenkomt. Sara doet mee, eet brood, drinkt wijn en op dat moment gebeurt er iets met haar. Ze beseft, ik neem Jezus tot me als voeding. Hij is in mij aanwezig.
Ze gaat vanaf dat moment naar die kerk en ontdekt dat veel mensen in de kerk geen connectie meer hebben met de mensen erbuiten. Ze leven in een wijk vol armoede. Sara start samen met enkele vrijwilligers een voedselbank in de kerk. Ze ziet dat niet als een sociaal project, maar als kerk zijn. Als een sacrament. Gaandeweg leert ze de mensen en de nood in haar wijk kennen. Ze leert ook dat de meeste mensen het prettig vinden om mee te helpen. De mensen die eerst alleen voedsel kwamen halen, gaan mee helpen. De man in het fragment hierboven is een van de vrijwilligers.
Terwijl de kerk waartoe ze behoort leert om zich te openen voor de wijk, probeert Sara te begrijpen wat geloven inhoudt. Dat is een hele zoektocht. Ook zij zoekt naar hoe lijden, oorlog, armoede en verdriet te plaatsen in het verhaal van God en mensen. In onderstaand fragment vertelt ze wat de ervaring met Marshall voor haar betekende en hoe ze daardoor iets van de opstanding ging begrijpen.

Many fridays later, someone came up to me outside the church and grapped me from behind. I turned around. It was Marshall, and he was radiant . “I died” he shouted. I died twice on the operation table, but I came back each time. You’re not going to believe it, but I’m here!”
I didn’t believe in miracles. And yet I had begun to believe in healing. I saw That you could be changed, opened to experiencing your life differently, made more whole, even as your body was falling apart. That you could be healed from fear by touch, even when you remained sick.
And I begun to believe in resurrection.
I didn’t mean by ressurection , having Marshall stand up alive from the operationtable and walk. Ressurection , to me, was mysterious and true in a way I could only glimp for a second, before my mind refused to stretch that far.
It passed, as the bible said, human understanding.
But I sensed it had to do with time, like the time Marshall lay in my lap and we were both completely present and connected. It was about the eternity available in a fully lived instant. > .

Meer over Sara Miles

Getagged , , , , ,

Zondag van de Vrede?

Vrede. Het woord roept een arsenaal aan herinneringen in me op. De duif die Picasso schilderde, de hand die ik vaak wat onwillig aan mijn zusje gaf als ik ruzie met haar had gemaakt en ‘vrede’ moest zeggen. Er hangt ook een beetje en stoffig jaren 60 geurtje aan van patchouli, een kamer vol groene planten en hippie-jurken. Of in de huidige tijd van mannen en vrouwen met harembroeken en dreadlocks die op pleinen met tentjes kamperen. Vrede heeft iets alternatiefs. Iets idealistisch, iets wat niet is voor de grote massa maar voor de enkelingen die geen reëel wereldbeeld hebben. Dat zijn mijn eerste associaties met het thema.
Mijn tweede associatie is die van mijn eigen ongeloof. Opgegroeid met verhalen van de 2e Wereldoorlog, de koude oorlog in de jaren ’80, de burgeroorlogen overal ter wereld en de huidige terreuracties van IS maakt dat ik nou niet bepaald veel vertrouwen in de wereld heb als het om een begrip als vrede gaat. Een maand geleden zei Mpo Tutu (dochter van) nog dat de mensheid nog steeds in de veronderstelling is dat we met een bom vrede kunnen afdwingen. Dit is blijkbaar een diep gewortelde overtuiging van velen van ons.

Terug naar de enkeling. 2000 jaar geleden stuurde Jezus zijn volgelingen (zijn studenten) op pad met de woorden: ‘ ik wens jullie vrede!’ En de studenten gingen op pad om vrede te brengen.

Ik zit tegen de verwarming in de kleine kapel in het voormalig klooster waar we twee-wekelijks bij elkaar komen. Naast mij maken gewone mensen zonder patchouli en dreadlocks kaarten om naar mensen te sturen die vervolgd worden om hun overtuigingen.
Ik vang flarden op van het gesprek van een ander groepje mensen naar aanleiding van het TED.filmpje van Zak Ibrahim ’ I am the Son of a terrorist, Here’s how I chose peace.’ Die we net hebben gezien.

‘Charissa, mogen wij de kaarsen aansteken?’ Mattis en Jonathan, twee kleine jongens ontdekken dat we dat zijn vergeten. Ik laat ze alle kaarsen aansteken. De jongens helpen me om het thema wereldvrede los te laten en brengen me bij de kleine verhalen.

Zowel het verhaal van Zak Ibrahim als de eenvoudige handelingen van Mattis en Jonathan komen bij me binnen. Het schrijnende en tegelijk hoopvolle verhaal van Zak Ibrahim die opgroeide als zoon van een extremist, en het simpele blijven aansteken van kaarsen door kleine kinderen.

‘Ik wens jullie vrede’ wordt dan confronterend. Niet de wereld, niet de alto’s en niet de hippies moeten iets met vrede. Maar ikzelf als eerste. Ik voel angst. Hoe breng ik vrede waar geen vrede is? Hoe moet ik in vredesnaam me verhouden tot geweld om me heen? Ik loop risico’s. Ik loop het risico om mijn eigen eer, mijn eigen vrijheid en mijn eigen leven te verliezen.
Tegelijk weet ik dat ik niet in mijn eentje vrede hoef te brengen. Ik heb mensen om me heen die dat ook doen. Dus ik hou ze goed vast, die handen van mijn Blossom-maatjes, van de mensen die ik hierin vertrouw en ga dan maar, me vasthoudend aan de wetenschap dat degene wiens student ook ik ben, me vrede toewenst op de weg die ik ga.

Zak Ebrahim: zoon van een terrorist over vrede!

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.